Terug naar hoofdinhoud

Ontstaan, groei en bloei van de Mohicanen

De geschiedenis van de Mohicanen gaat jaren terug. In 2024 bestonden we alweer 85 jaar. Op deze pagina kun je alles lezen over onze historie. Over een moeizaam begin rond de oorlogsjaren, jaren van onstuimige groei, afsplitsingen, onderlinge conflicten, fusies en verhuizingen. De geschiedenis zijn roerig geweest voor de Mohicanen. We hebben flink gespeurd in de archieven en oud-leden geïnterviewd en zo een reconstructie kunnen maken van de hoogte- en dieptepunten in de geschiedenis van onze club.

1939

Moeizame start door de oorlogsjaren

De Mohicanen zijn in 1939 opgericht en heel kort daarna brak de Tweede Wereldoorlog uit. Van deze allereerste jaren is vrijwel niets meer in de archieven terug te vinden. Tijdens de oorlog was de padvinderij, zoals scouting toen heette, verboden door de Duitsers. Alle uniformen en spelmaterialen moesten worden ingeleverd en werden vernietigd. In de oorlog kwamen de verkenners nog wel stiekem bij elkaar. Ze deden zich voor als een gymnastiekvereniging want die waren wel toegestaan.

Na de oorlog werd de padvinderij in Nederland weer nieuw leven ingeblazen. Alles moest opnieuw opgebouwd worden. Met uitzondering van enkele attributen zoals een hoed of een insigne, die mensen verstopt hadden, was alles verloren gegaan. In die tijd waren er in Nederland vier overkoepelende  verenigingen. Twee voor jongens en twee voor meisjes, protestants en katholiek. De Mohicanen behoorden tot de Nederlandse Padvinders Vereniging (NPV). Elke groep kreeg een nummer toegewezen. De officiële groepsnaam was: Mohicanen 33.

1945

Periode van groei en afsplitsingen

Scouting was populair in de jaren na de oorlog en groeide heel snel, zo ook de Mohicanen. In deze tijd bestonden er ook al andere groepen in West-Den Haag, zoals de Ds. Ferguson, Be Pals en Mac Donald. Het landelijk beleid schreef voor dat wanneer het ledenaantal van een groep te hoog werd, de groep zich moest opsplitsen. In 1945 werd De Mohicanen 33 daarom gesplitst en daaruit ontstonden de Rimboejagers 77. In 1961 ontstond, na meningsverschillen binnen de Rimboejagers, nog een verkennersgroep, de Rimboejagers 88.

geschiedenis Mohicanen - oude zwart wit foto
1962

Clubhuizen Ossenstal en Nissenhut

Het clubhuis van de Mohicanen 33 stond aan de Heliotrooplaan en heette “De Ossenstal” (zie foto). De Rimboejagers 77 hadden een clubhuis aan de De Savorin Lohmanlaan. Een groen, houten gebouw  tussen de rolschaatsbaan, de Marathon en de Haagse Beek. Nu is op die plek de Machiel Vrijenhoeklaan. De Rimboejagers 88 kwamen op zondag bij elkaar in de Nissenhut, het clubhuis van de Be Pals groep aan de Nieboerweg. De Nissenhut bestond uit twee zogenaamde Romneyloodsen. Halfronde, uit gebogen golfplaat gemaakte gebouwen, die in de Tweede Wereldoorlog door de Engelsen ontwikkeld waren en snel neergezet konden worden. Ze waren in de vijftiger jaren ruimschoots in legerdumps te koop. Na het zomerkamp van 1962 verhuisden ze naar het clubhuis van de Mc Donaldgroep aan de Daal en Bergselaan, waar ze op zondagmiddag hun opkomsten hadden. Een gezellig met hout betimmerd clubhuis met  voor iedere patrouille een eigen patrouillehoek, vlak naast de plek waar later de Wigwam werd gebouwd.

Fusie Mohicanen 33 en Rimboejagers 88

Op 2 november 1962 brachten de Rimboejagers 88, samen met de Mohicanen 33 een revue op het toneel. De titel van de voorstelling was: 33-88. Deze revue markeerde het begin van de fusie tussen de twee groepen. De namen werden samengevoegd tot  “De Mohicanen 88”. Een samenstelling van de naam van de ene en het nummer van de andere groep. Als groepsdas koos men voor de das van de 1st Ben Rhydding Scouts. Zij waren toen al onze Engelse zustergroep. Dit was de start van de Mohicanen zoals we die nu kennen.

In een periode van nog geen twintig jaar is de groep eerst uit elkaar gehaald en daarna weer samengevoegd. De visie die in die tijd opkwam en haaks stond op eerdere opvattingen, was dat kleine groepen kwetsbaar waren en dat een grote sterke groep beter was. Die visie hanteren we tegenwoordig nog steeds.

Ossenstal

Indianennamen voor de onderdelen

De Mohicanen 88 bestond eind jaren 60 uit: drie welpenhordes (8-11 jaar), twee verkennerstroepen (12-17 jaar) en een voortrekkersstam (18-23 jaar).

De hordes heetten: zaterdagochtendhorde, zaterdagmiddaghorde en woensdaghorde. Deze namen gaven wel duidelijk aan wanneer de opkomst was, maar spraken niet zo tot de verbeelding. Later kregen de hordes namen die geïnspireerd waren op Indianen: de Malicetehorde (een Indianenstam uit Canada en USA); de Commoosiehorde (een soort indianentent) en Tapawingohorde (‘veilig huis’ in Indianentaal).

De namen van de  twee verkennerstroepen werden: de donkerblauwe en de lichtblauwe troep. Dit is gebaseerd op de kleuren van de Mohicanendas. De leeftijd van verkenners was in die tijd van 12 tot 17 jaar. Na de verkenners kon je naar de Voortrekkers, waarvan de leeftijd doorliep tot een jaar of 23. De voortrekkersstam heette het ‘Serviceteam’, omdat ze de leiding hielpen waar dat nodig was. De organisatie van de soos was daarbij een belangrijk onderdeel. Die soos werd gehouden in De Ossenstal. Ook nadat de Wigwam was gebouwd heeft De Ossenstal nog een tijdje als 2e clubhuis gefungeerd.

1969

Een nieuwe Wigwam vol meisjes

Aan het eind van de jaren 60 had de in omvang toegenomen groep behoefte aan een groter clubhuis en kon zich dat ook permitteren. Het nieuwe groepshuis, de Wigwam, werd op 18 januari 1969 geopend en kostte in die tijd fl. 78.308,67.

In datzelfde jaar kwamen er voor het eerst meisjes in de groep. Dat kon officieel nog niet, want op landelijk niveau waren jongens en meisjes nog gescheiden. Maar de Mohicanen en de Sint-Jorisgroep kenden elkaar al via een gezamenlijke drumband en diverse familieverbanden en besloten om er samen te voor te gaan.

De padvindsters hadden hun opkomsten in de Ossenstal, de kabouters in de Wigwam. De Ossenstal werd verwarmd met een potkacheltje en de leidster kwam in de winter eerder om het kacheltje met hout aan te maken, zodat de padvindsters niet bevroren. De wc was een chemisch toilet in een hokje buiten. Wel avontuurlijk, maar toen er andere leiding kwam werden de opkomsten toch ook verplaatst naar de meer comfortabele Wigwam.

1973

Officieel een gemengde groep

In 1973, toen de oudste padvindsters te oud werden voor de padvindsters vormden zij samen met de oudste jongens de senioren. Zij waren het eerste gemengde onderdeel van de Mohicanen.

Op 6 september 1973, vier jaar na de officieuze samenvoeging van de meisjes en de jongens in één groep, fuseerden de vier organisaties in Nederland tot Scouting Nederland. Daarmee werd de Mohicanen ook officieel een groep met meisjes en jongens: één van de eerste in Nederland.

Jaren 80

Middaggroepen, Pivo’s en Bevers

Door de verdere groei in de jaren 80, kwamen er meer onderdelen. Een tweede kabouterkring, de KaInBa (Kabouters in Bambilië), werd in 1980 opgericht en in 1982 ontstond een tweede padvindstersvendel: het Sterrenvendel. Zij hielden hun opkomsten op zaterdagmiddag.

In 1981 werd een gemengde stam opgericht voor 17- tot 24-jarigen. De voormalige voortrekkersstam (het Serviceteam)  was in de jaren 60 beëindigd; de leden waren vertrokken of leiding geworden. Toen in 1981 de oudste senioren zeventien werden, was er opnieuw behoefte aan een stam voor de leeftijd boven de zeventien. De meisjes heetten pioniers en de jongens voortrekkers. Bij de Mohicanen zaten ze samen in de stam en heetten daarom pivo’s (samenvoeging van pioniers en voortrekkers).

Op 1 januari 1985 deden de bevers hun intrede in Nederland. Een speltak voor jongere kinderen van (toen nog) 5 tot 7 jaar. Al snel waren er bij de Mohicanen mensen die ook met de bevers aan de slag wilden. Maar er waren ook twijfels: “Zijn bevers niet veel te klein om het spel van Scouting te spelen? En die Lange Doener (het themafiguur uit het land van Hotsjietonia), is dat niet een raar figuur?” Maar ondanks de kritiek besloot de groepsraad in 1986 om met Bevers van start te gaan in de ochtend en op de middag. Het was meteen een groot succes!

Het noodlot van de brand

Met zoveel nieuwe onderdelen werd de Wigwam te klein. De eerste uitbreiding werd gerealiseerd in 1976. Er kwam een aanbouw achter het welpenlokaal. Daar werd een lokaal gebouwd boven een magazijn dat gedeeltelijk ondergronds was. Want ook het oorspronkelijke magazijn was veel te klein geworden. Meer onderdelen betekent immers meer tenten, meer pannen, borden, lampen, kistjes, primussen en andere spullen.

In 1989 werden de Wigwam getroffen door een brand. Waarschijnlijk aangestoken, hoewel dit nooit is bewezen. Het was een ravage. Veel onvervangbare attributen en herinneringen aan kampen en bijzondere evenementen waren verloren gegaan. Iedereen was verdrietig, wie doet nou zoiets? Nadat een schoonmaakbedrijf de boel had gereinigd bleef de brandlucht nog maanden hangen en namen de leden de lucht mee naar huis in hun haren en kleren. Van de verzekering konden we nieuwe tenten en kampeermateriaal kopen. En onze materiaalbeheerder viste de meeste primussen tussen het puin en repareerde deze met groot geduld.

Intussen was de Wigwam alweer te klein geworden. Aan de achterkant werd tegenover het magazijn een leidersruimte en een groot lokaal met een open haard aangebouwd. De keuken werd uitgebreid op de plek van de oorspronkelijke leiderskamer. En er werden douches gemaakt. De Wigwam werd steeds luxer.

2006

Huurders in de Wigwam

Vanaf de jaren 80 werd de Wigwam regelmatig verhuurd om extra inkomsten te genereren. In zomervakanties aan andere scoutinggroepen en door de weeks aan scholen. De verhuuractiviteiten waren succesvol en de vraag nam toe. Daarmee ook de behoefte aan betere faciliteiten, zoals toiletten, douches, wasruimte en een grotere keuken. Aan het begin van de  21e eeuw werd gestart met een ontwerp voor weer een nieuwe aanbouw. Op de plek van de oude keuken werd beter sanitair gerealiseerd. De opening was in mei 2006.

Toen volgde de aanvraag voor een gebruiksvergunning. Die werd afgewezen voor overnachtingen voor langere perioden, omdat de originele Wigwam, het deel uit 1969, niet aan de eisen voldeed. Dat haalde een streep door de verhuuractiviteiten. Was de nieuwe aanbouw tevergeefs geweest? De subsidie werd in deze eeuw steeds minder, dus extra inkomsten waren zeer welkom. De redding  kwam van de Zonnebloemschool, aan de overkant van de Daal en Bergselaan. Zij hadden niet genoeg ruimte voor de Buitenschoolse Opvang (BSO) en wilden daarvoor gebruik maken van de Wigwam. Na onderhandelingen met verschillende BSO-organisaties viel de keus op DAK. Sinds 2007 huurt DAK de Wigwam van maandag t/m vrijdag. Het betekent veel overleggen, opslag van extra materialen, rekening houden en communiceren met elkaar. Inmiddels weten we eigenlijk niet beter en zien we veel voordelen aan deze samenwerking.

2010

Nieuwe namen voor de speltakken

In 2010 bestond Scouting in Nederland 100 jaar. Vanuit de landelijke organisatie was het tijd voor wat vernieuwing en werden er een aantal wijzigingen doorgevoerd. Uniform was ouderwets, dit veranderde in Scoutfit, met een nieuw soort blouse, ook voor de Bevers. Deze hadden voorheen alleen polo's.

Maar ook veranderde er wat in de speltakken en de namen. De kabouters verdwenen en werden stoere meisjeswelpen. Padvindsters en verkenners heten tegenwoordig beide Scouts. De naam van de senioren is veranderd in Explorers en de oudste groep zijn de Roverscouts geworden. Deze laatste hebben bij ons als onderdeel de naam Pivo's gehouden. 
Alle onderdelen kregen nieuwe speltaktekens en ook werd het scoutingspel en activiteitenaanbod herzien en opnieuw geïntroduceerd.

Maxima werd na het overlijden van Prins Claus beschermvrouwe van Scouting Nederland en kwam ook op bezoek bij de Mohicanen.

Toekomst

Herinneringen die blijven

Sinds 1939 maken De Mohicanen herinneringen die blijven. Van vroeger tot nu: elke generatie heeft zijn eigen avonturen toegevoegd aan ons verhaal.

Met een rugzak vol geschiedenis kijken we vooruit. Klaar voor nieuwe belevenissen, sterke vriendschappen en nog veel meer mooie momenten. De toekomst? Die maken we samen, net zo rijk en onvergetelijk als ons verleden.